Home > Bestuur & toezicht > De zorgrevolutie van Kiki Lombarts
Bestuur & toezicht

De zorgrevolutie van Kiki Lombarts


Kiki Lombarts, hoogleraar professional performance aan de UvA, pleit in haar boek ‘Professional Performance van Artsen’ voor een herijking van de kernwaarden die artsen in hun werk motiveren. In haar betoog balanceert ze tussen filosofische bevlogenheid en wetenschappelijke nuchterheid. Haar pleidooi laat niemand met enig belang of interesse in de zorg onberoerd.

Met zijn rode boekje wilde Mao in China een culturele revolutie doen ontspruiten. Met haar roze boekje pleit Kiki Lombarts voor een revolutie binnen de ziekenhuiswereld, zij het dan op een meer zachtaardige en rationele manier. En volgens de getuigenissen van specialisten en professoren aan het einde van het boekje is ze daar wonderwel in aan het slagen. Ze brengt in haar boek ‘Professional Performance van Artsen: tussen tijd en technologie’ een uitnodigend pleidooi voor een grondige herbronning van de kernwaarden en drijfveren binnen het artsenberoep.

Tussen filosofie en wetenschap

De titel gooit mij meteen in een slingerbeweging die me parten blijft spelen doorheen de rest van het boek. Ik zwalk tussen blinde aanbidding voor haar filosofische inzichten en verfoeiend vervloeken van de ‘management speak’ waar ze haar verhaal mee stoffeert. ‘Professional performance van artsen’… spoort mij niet meteen aan om eens door het boek te bladeren, laat staan het te kopen. Het bekt natuurlijk wel lekker. Geschreven door een hoogleraar aan de UvA belooft natuurlijk wel de nodige wetenschappelijke onderbouwing. Maar toch, kille wetenschap en holle bestuurspraat rijmen niet met het artsenberoep, is mijn instinctieve reactie.

Maar dan die ondertitel, ‘tussen tijd en technologie’. Die legt over de zakelijkheid van de hoofdtitel een sluier van filosofische twijfel die wel aanspreekt. Een vorm van versluiering waar we in onze samenleving nooit genoeg van kunnen hebben.

Die pendel tussen wetenschap en filosofie maakt dat het boekje voor iedereen wat wils bevat. Zowel voor nostalgische zielen als voor trendgevoelige managementadepten. En zoals Lombarts tussen de lijnen van haar pleidooi op onderbouwde wijze laat uitschijnen zijn doorgeslagen nostalgie noch doorgedreven regel- en meetdrift goed voor het artsenberoep.

Artsen onder druk

Want dat staat volgens haar onder druk. In hun eeuwigdurende onderhandeling met de samenleving voor hun professionele status en zelfregulerend vermogen delven artsen hoe langer hoe meer het onderspit, volgens Lombarts. Verhoogde media-aandacht voor medische blunders, de marktwerking en de alsmaar luidere roep om transparantie maken het voor specialisten en artsen steeds moeilijker om het vertrouwen van de bevolking en hun patiënten te winnen. Als ze daar steeds minder in slagen dreigt wat zij deprofessionalisering noemt. Een proces waarin artsen steeds minder in verbinding staan met de kern van hun beroep, met de pijlers waarop het ‘arts zijn’ steunt.

Ze beschrijft drie pijlers en beroept zich daarvoor vaak op filosofische en soms affectieve eigenschappen. Zo zijn intrinsieke motivatie en bescheidenheid de drijfkracht in het ‘streven naar excellentie’, de eerste pijler. Empathie, compassie en zelfonderzoek drijven artsen tot ‘medemenselijk handelen’, de tweede pijler. En tenslotte is vertrouwen cruciaal om artsen naar eer en geweten ‘rekenschap af te laten leggen voor hun functioneren’, de laatste steunpilaar. Zeer logisch en duidelijk legt Lombarts de link tussen die verschillende karaktereigenschappen en gedragingen, zonder daar verder zweverig over te doen.

Ook in de duiding van haar ondertitel legt ze wijsgerig maar tegelijkertijd nuchter de link tussen maatschappelijke ontwikkelingen die zowel de samenleving als geheel als de ziekenhuiswereld in het bijzonder parten spelen. Ons tijdsconcept staat onder druk. We bekijken het enkel nog met de chronometer in de hand, niet meer met het waardeoordeel dat we uit onze persoonlijke beleving van die tijd distilleren. En ook de technologie heeft, ondanks alle voordelen van e-mail, skype, MOOC’s en youtube, onze manier van samen zijn fundamenteel veranderd. ICT heeft een te dominante, in plaats dienende of ondersteunende rol.

Oh Kiki…

Zeer welbespraakt velt ze haar oordeel over hoe dit alles invloed heeft op artsen en hun werk. Ze hekelt de meetfetisj: “Meten is als geïsoleerde activiteit zinloos”. Ze stelt het competentiedenken in vraag: “Wat artsen doen en wat het betekent om arts te zijn, laat zich echter niet uitdrukken in een lijst van 7 competenties of 28 subcompetenties”. Ze pleit voor “expliciete aandacht voor empathie en compassie” in de opleiding en klinische praktijk. En ze citeert de filosoof Byung-Chul Han over vertrouwen en transparantie: “De luide roep om transparantie wijst er (…) op dat de morele basis van de samenleving begint af te brokkelen.” Meermaals dacht ik: “Oh Kiki… meer van dat!!”

Maar dan komt het. Om de reflectie van artsen en studenten geneeskunde te bevorderen haalt ze het SETQ-evaluatiesysteem voor de opleiderskwaliteiten van specialisten van stal, naast nog een hoop andere acroniemen. Gelukkig beperkt ze haar aanbevelingen ter bevordering van medemenselijk handelen tot rollenspelen, communicatietrainingen en peer support-programma’s. En in het stukje over rekenschap afleggen vermeldt ze enkel terloops het Dutch Institute for Clinical Audits als een goed voorbeeld van efficiënte dataverzameling.

Allemaal zaken die ik in een verhaal over de herovering van de beroepsfierheid en -ethiek van artsen persoonlijk niet hoef te lezen. Maar ongetwijfeld betrekt ze zo ook de meetfetisjisten en LEAN-managers, waarvan de zorg intussen vergeven is, mee in haar verhaal. En die hebben eens zo veel baat bij Lombarts’ filosofische zorgpragmatiek als ondergetekend nostalgicus. Dat is dan ook haar belangrijkste verdienste en de sterkte van haar verhaal. Ik hoop van harte dat de zorgrevolutie waarvan haar boek een eerste vonk is zich traag maar gestaag voltrekt.

 

Kiki Lombarts promoveerde in 2003 aan de Universiteit van Amsterdam over de kwaliteit van het functioneren van medisch specialisten en van de patiëntenzorg. In haar onderzoek sindsdien heeft ze zich gericht op onderwerpen die daar nauw bij aansluiten. Zo heeft ze een zich verdiept in de kwaliteitsmetingen van medische opleidingen en in evaluatiemethoden van de zorgkwaliteit. In 2014 ontving zij aan de UvA de leerstoel professional performance. Het boek is een herwerkte versie van haar inaugurale rede en wordt uitgegeven door 2010 Uitgevers. Sindsdien observeert en analyseert ze met haar onderzoeksgroep het professionele wel en wee van artsen en poogt ze het waar mogelijk te verbeteren.