Home > Uitgelicht > ‘Er moest iets gebeuren’
UitgelichtZorg & samenleving

‘Er moest iets gebeuren’

‘Do you need help?’ vroeg een hulpverlener aan een verslaafde dakloze in New York. ‘Give me a house first’, was het uitdagende antwoord. Het leidde tot een briljant project, dat navolging vond in Amsterdam.

‘Do you need help?’ vroeg een hulpverlener aan een verslaafde dakloze in New York. ‘Give me a house first’, was het uitdagende antwoord. Het leidde tot een briljant project, dat navolging vond in Amsterdam.

Dit is het eerste deel uit een serie artikelen van Petra Hunsche over thuislozen in Amsterdam. Beeld: Sander Heezen

De Discusstraat. ‘Mooiste straat van 1997’. Het bordje is te vinden op Google Earth. De satellietcamera duikt naar beneden en zoemt onder een stijlvolle toegangspoort door. En ja hoor: het is nog steeds beeldschoon, dit lieve rondlopende straatje, goed verborgen tussen twee poorten naar grootstedelijke verkeersaders, de Stadion- en de Olympiaweg. Op de deur van nummer 17 het bekende wit-geel-groene bordje van HVO-Querido. Een van haar jongste projecten, het bevlogen Discus-team, huist in de voormalige kantine van het olympisch dorp dat in 1928 speciaal voor topsporters werd gebouwd. Waar ooit de legendarische bokser Bep van Klaveren zijn gebakken eitjes zat te eten, zitten nu kampioenen van de straat op hun dooie gemak de krant te lezen.

In New York zijn sinds begin jaren negentig met het project Pathways to Housing honderden zorgmijdende daklozen van de straat gehaald. Zij wonen zelfstandig, met uitgekiende steun van hulpverleners, en de nodige maatschappelijke support. Ook voor de familie en de buren. Woningcorporatie De Alliantie nam het New Yorkse concept voor Amsterdam over, samen met GGZ-instelling Arkin en HVO-Querido. ‘Er moest iets gebeuren. Want als je ooit door problemen op straat gekomen bent en je bouwt door het boetebeleid schulden op, dan kom je er nooit meer uit’, zegt teamleider Wessel de Vries. De doelgroep van Discus Housing First zijn cliënten met een dubbele diagnose: ze zijn verslaafd en hebben een psychiatrisch etiket. ‘Door onze aanpak krijgt de behandeling ook een boost, want als je iets te verliezen hebt, een woning, ben je tot meer bereid.’

Opnieuw beginnen

Onderzoek van de Nijmeegse Radboud Universiteit toonde de eerste, zeer positieve resultaten: ongeveer 85 procent van de clientèle slaagt erin de Discus-woning – met meer of minder hulp – te behouden. Discus heeft steeds meer woningen in eigen beheer. ‘We zijn eigenlijk gewoon een kleine corporatie met een bijzondere doelgroep’, zegt Wessel de Vries. ‘En daarbij hoort ook dat je er bent voor de buren. Bij de eerste tekenen van overlast komen we, mede in het belang van de andere huurders, in beweging.’ De teamleider omschrijft het werk van Discus simpel: ‘Als je zelf een woning gaat kopen of huren, ben je blij dat je familie of vrienden om je heen hebt, want wat moet je allemaal niet doen? Wij geven die steun, maar nemen het niet over. Vol vertrouwen totdat het tegendeel bewezen wordt. Iemand kan zelfs nog een keer opnieuw beginnen op een andere woning, als duidelijk is waardoor het misging en welke lering men daaruit wil trekken.

‘Ik kwam jarenlang niet veel verder dan de bosjes’, vertelt Marcel (38) en schiet in de lach. De van oorsprong Surinaamse Discus-cliënt sliep een jaar of zes in de nachtopvang van sociaal pension De Veste, of in het park. ‘Tot ik er echt héél erg genoeg van had en me aanmeldde. Ja, ik kon nog wel nadenken en wist de weg.’ Drie jaar geleden werd hij ‘ineens’ uitgenodigd voor een gesprek. ‘Ze zeiden: we hebben een woning voor je. Ze liepen naar boven en kwamen terug met de sleutels. Het was shocking. Nee, ik was niet blij die eerste keer, ik voelde me opgelaten. Dat gevoel verdween pas toen ik een jaar in de woning zat en mijn ouders op mijn verjaardag kwamen, ik had ze jaren niet gezien. Iedereen was blij voor me.’

Kletsend en grappend

Een man met bleekblonde rastalokken leeft van een afstandje zichtbaar mee met het gesprek. Hij heeft twee weken geleden huissleutels gekregen, vertelt hij, en was meteen ‘helemaal gelukkig’. Chris (42), donkerblauwe ogen onder een bruine ribfluwelen pet, is een bekend gezicht uit de veegploegen van Streetcornerwerk. Hij veegt en schoffelt door de hele stad en krijgt daarvoor drie dagen tien euro per dag, een maaltijd en een half pakje shag. ‘Ik had een eigen kamer in De Veste

en heb een mooie tijd gehad, maar je wilt toch verder in het leven’, zegt hij bedachtzaam. De lage najaarszon schijnt over de parketvloer van de meer dan royale huiskamer, waar behalve de lange eettafel ook een piano en twee comfortabele zitbanken staan. ‘We beginnen zo’, roept begeleidster Valerie van achter haar bureau. Zij zit verderop in de open ruimte met vier collega’s, die kletsend en grappend met hun klanten achter hun beeldschermen de administratie doen. In alle openheid.

Valerie pakt koffie achter de gemeenschappelijke bar. Ze kijkt nog even mee, haar hand op zijn schouder, met een ex-dakloze Discus-klant die – ook met koffie – achter een van de beeldschermen naar werk zoekt. Chris schuift zijn stoel vlak naast de hare aan het bureau. Valerie haalt zijn intakegegevens tevoorschijn, geeft hem een leeg A4’tje – ‘schrijf op’ – en somt snel en zakelijk op, voor onder het kopje ‘gedaan’: de stoffeerder, die is nu bezig, inschrijving bevolkinsgregister, gebeurd. ‘Liander? Sorry hoor’, zegt Valerie, ‘ik ben van Spaanse afkomst, mijn Nederlands is niet perfect. ‘Comprendo’, riposteert Chris.

DigiD

‘Ik ben heel tevreden, je hebt echt een heleboel gedaan’, zegt Valerie met een vriendschappelijke tik op zijn pet. Onder het kopje ‘moet nog’ groeit de lijst van dingen waar de nieuwe woningbezitter nog achteraan moet: apotheek, huurtoeslag, adreswijzigingen, inkomensbeheer en DWI (Dienst Werk en Inkomen) voor de inrichtingssubsidie. De begeleidster helpt hem ter plekke een DigiD-code aan te vragen, over drie weken moet hij verhuisd zijn. ‘Dit is bepaald geen achtfasenplan’, zegt Chris een tikje lijzig. ‘Op een gegeven moment heb je dat soort hulpverlening ook wel gehad hoor.’

Zijn laatste eigen huis verloor hij omdat het een particulier inloophuis werd met drugsoverlast voor de buren. ‘Ik ben zelf weggegaan, de anderen zijn toen op straat gezet’, vertelt hij. ‘Maar nu weet ik dat als je een huis hebt, je het moet koesteren. Het leven op straat is harder geworden. Ik werk als vrijwilliger in verschillende inloophuizen. Je hoort daar vooral Oost-Europees. Als ik vier jaar clean ben, kan ik ook begeleider worden.’

Marcel is opgestaan om een kop koffie te pakken. Elke ochtend van tien tot een uur brengt hij door in de huiskamer van Discus. Daarna gaat hij naar zijn eigen huis in de Rivierenbuurt en wandelt de hele middag met zijn hond Laisser, het Franse woord voor ‘loslaten’. ’s Avonds is het koken en televisiekijken. In het weekend slaapt hij vooral. Een wat eenzaam bestaan, vindt hij. ‘Zonder mijn hond zou ik het niet redden.’

Bevlogen sfeer

Op de fiets manoeuvrerend van de Stadionbuurt naar De Pijp, vertelt Valerie met veel warmte over haar volgende cliënt. Discus begeleidt een aantal bewoners van het voormalige sociaal pension Vrijburg. Ze wonen nu twee aan twee in huizen in de buurt. ‘Luuk is een echte huismus en hij heeft stimulering nodig. Daarom spreek ik ook vaak met hem af in het park waar hij dan gaat fotograferen. Hij doet dat heel aardig en wil verder in webdesign.’

De woonbegeleidster werkte voorheen voor Artsen zonder Grenzen in Afrika. Haar Frans-Engelse ouders waren daar bezig met het opzetten van kinderziekenhuizen. Iets van die bevlogen sfeer vindt zij terug in het Amsterdamse Discus-team van Housing First. ‘Ja, het werk is weleens frustrerend’, zegt ze. ‘Vooral als iemand echt op de goede weg is en dan ineens komt er een psychose. Of iemand valt weer terug in zijn verslaving. Maar kom mee, dan laat ik je nog even kennismaken met meneer Appelboom. Hij had van ons een eigen woning, maar kon die niet houden. Het werd een inloophuis en nu zit-ie weer in Straetenburgh, zo’n heel ouderwets pension van HVO-Querido.’

Ze scheurt De Pijp in en parkeert haar fiets voor de deur van het grote gebouw. Haar vroegere klant – ‘ik heb hernia en zit onder de morfine’ – lag diep in slaap en kamt nog even snel zijn haar terwijl hij ons binnenlaat in een kamertje waar precies een bed en een grote televisie in passen. Op het bed vijf snoezige knuffelbeesten, eronder, een beetje uit het zicht, een groepje Euroshopperbierblikken. Hij vindt het wel best zo, vertelt meneer Appelboom, een grote knappe man met een zichtbaar alcoholprobleem. ‘Ik ben meestal buiten op straat en hier heb ik tenminste nog wat aanspraak en een paar vrienden.’ Als we weggaan, bedankt hij Valerie uitvoerig en kijkt haar de hele lange gang na tot ze bijna uit het zicht is. ‘Je komt toch nog terug, hè?’

 

KADER

Discus Amsterdam is een vernieuwend huisvestingsproject voor dak- en thuislozen met meervoudige problematiek op het gebied van psychiatrie, verslaving en/of somatiek. Het doel van Discus is het opheffen van dak- en thuisloosheid voor deze groep. Cliënten krijgen, op voorwaarde van inkomensbeheer, een eigen huis. De cliënt betaalt zelf de huur en verzorgt in principe zelf zijn of haar eigen huishouding. Een team van woonbegeleiders en sociaal psychiatrisch verpleegkundigen helpt hen hierbij.

Dit artikel is een herpublicatie uit de bundel Zinvol&vol zin, 21 krachtige verhalen over thuisloze Amsterdammers, Amsterdam, 2013 (uitgegeven door Stichting Z!)

Leave a Reply