Home > Psychologie > Lauwe nachten – Waarom veertigers het weinig doen
Psychologie

Lauwe nachten – Waarom veertigers het weinig doen

Waar is die dampende seks van in het begin gebleven? Wetenschapsjournalisten Aliëtte Jonkers en Enith Vlooswijk gaan op zoek naar de oorzaken van tanende seksdrift

Wist je dat vrouwen opgewonden raken van vrijende apen, terwijl dat mannen niets doet?’ ‘Verbaast me niks; primatoloog Frans de Waal krijgt brieven van dames die met een van zijn Bokito’s willen neuken.’
‘Nee!’
‘Jawel, echt waar.’

We praten hierover, uit puur wetenschappelijke belangstelling uiteraard, aan een terrastafel langs de Utrechtse Oudegracht. De afgelopen dagen hebben we met allerlei wetenschappers gesproken over de vraag die ons hevig bezighoudt: waarom worstelen veel veertigers met een ernstig tekort aan seks? Wij niet natuurlijk (of nou ja, een beetje misschien) en het gros van de medeveertigers die we hierover spreken ook niet. Of nou ja, vooruit, wel dus.

‘Wanneer spreken we eigenlijk van een tekort?’
‘Als iemand wel zin heeft in seks, maar het toch niet krijgt en dat ervaart als probleem.’
‘Goed, maar wat is zin in seks? Dat had jij toch uitgezocht?’
‘Ja, zin in seks begint in ons ventrale striatum.’
‘Eh..?’
‘Een klein deel van ons brein.’

Ons belangrijkste seksorgaan zit tussen de oren. Wanneer we iets aantrekkelijks waarnemen, komt er dopamine vrij in onze hersenen. Dopamine is een hormoon dat de hersenen gevoelig maakt voor prikkels van ‘lekkere dingen’: seks, maar ook een glas wijn, slagroomgebak of een winkel vol mooie schoenen. ‘Dopamine wordt opgenomen in het ventrale striatum’, zegt hersenonderzoeker Janniko Georgiadis van UMC Groningen. ‘Vervolgens krijg je een cognitief verlangen: als ik dat niet krijg, word ik gek. We hebben dus geen stiekeme, vieze sekskern in ons brein. Zin in seks is, net als andere soorten genot, gebaseerd op dit motivationele systeem.’

‘Zelfs konijnen raken uitgekeken op hun sekspartner’

De vraag is natuurlijk: wanneer verdwijnt de zin in seks? Dat heeft te maken met de waarde die het brein toekent aan prikkels van lekkere dingen. Gewenning kan ervoor zorgen dat die waarde lager wordt. Als een mannetjeskonijn constant met hetzelfde vrouwtje in een kooitje zit, gaat hij in het begin tekeer als een dolle. Daarna komt er een periode van relatieve rust: het mannetje lijkt moe te zijn. Zet je er op gegeven moment een nieuw vrouwtje bij, dan bespringt hij dat nieuwe vrouwtje onmiddellijk. Blakend van energie, als een puber met knettergeil rondrazende hormonen.

‘Samenvattend: zelfs konijnen raken uitgekeken op hun sekspartner.’
‘Ik weet het, vrolijkmakend is het allemaal niet. Maar het kan nog erger.’
‘Hoezo?’
‘Ik heb het boek Het beest in ons van Dagmar van der Neut gelezen. Het eerste wezen op de planeet dat seks had, was een schamele oerbacterie. Die oerseks was een behoorlijk duister en bijna necrofiel gebeuren: zo’n bacterie koppelde zich kortstondig aan een dode soortgenoot en nam stukjes dna van hem over. Dat was seks in de goeie oude tijd.’
‘Romantisch is anders.’
‘Klopt, hoewel morbide seks nog altijd populair is. Wij vreten onze mannen niet op, maar zo’n veertig diersoorten doen dat wel: voor, tijdens of na de seks. De bidsprinkhaan, bijvoorbeeld, en sommige spinnensoorten. Andere dames degraderen hun kerels tot wormvormige aanhangsels of potente accessoires. Hier, lees maar: ‘Zo draagt de diepzeehengelvis haar tien keer kleinere mannetje op haar buik. Hij vergroeit met het lichaam van zijn meesteres en verschrompelt daar tot zijn essentie: de testikel.’
‘De essentie van de man is zijn testikel?’

Jack van Honk, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht in de sociale wetenschappen en aan de University of Cape Town in de klinische neurowetenschappen, wijst erop dat mannen en vrouwen na verloop van tijd minder zin in seks hebben omdat hun testosterongehalte daalt. Op latere leeftijd hebben vrouwen relatief meer zin in seks, omdat het testosteron bij hen minder snel afneemt dan bij mannen. Mannen kunnen dan testosteron gaan slikken, maar dat is weer niet zo goed voor het afweersysteem en ook niet voor hart en bloedvaten. Van Honk: ‘Mannen gaan toch al eerder dood, omdat testosteron die systemen in jongere jaren al heeft verzwakt. Mannen zijn dus het zwakke geslacht. Als jongvolwassene, als hun testosteronniveau hoog is, hebben ze veel zin in seks. Daarvoor betalen ze een prijs, door al snel seksueel, en wat later volledig dood te gaan. De zwarte weduwe, de vrouwelijke spin die seks heeft met het mannetje en het dan opeet… het is niet precies hetzelfde, maar komt uiteindelijk wel op hetzelfde neer: snel neuken en dan doodgaan, dat is waar mannen voor zijn geboren.’

‘Ja, zo lust ik er nog wel eentje. Je kunt mannen niet degraderen tot beesten die doen of laten wat hun testosteronspiegel ze ingeeft. Net zo min als dat vrouwen uitsluitend reageren op hun hormoonhuishouding.’
‘Je hebt zeker nooit met pubers te maken gehad?’
‘Testosteron is een voorwaarde om zin in seks te hebben, niet de aanleiding.’
‘En hoe zit het dan met vrouwen in de overgang die plots geen zin meer hebben in seks?’
‘Dat is een mythe. Als mensen vóór de overgang moeite hebben om opgewonden te raken van hun partner, wordt dit na de overgang nog erger, omdat hormonen dit niet meer compenseren. Dat geldt voor beide seksen.’
‘Maar klopt het dan wel dat vrouwen minder zin in seks hebben dan mannen?’
‘Ja. Bijna een op de drie Nederlandse vrouwen zegt vaak geen zin te hebben in seks. Dat blijkt uit onderzoek van Rutgers, kenniscentrum op het gebied van seksualiteit. Bij mannen is dat een op de tien.’
‘Zie je wel, mannen zijn van nature hitsiger dan vrouwen.’
‘Ho, ho, daar is de wetenschap nog niet uit. Het is een oud nurture nature-debat: een deel van de wetenschap zegt dat mannen hun zaad gewoon zo efficiënt mogelijk willen verspreiden over zo veel mogelijk vrouwen en een ander deel vindt dit toch wat te kort door de bocht.’
‘Maar dat verschil in libido dan, dat spreekt toch boekdelen?’
‘Maar misschien zeggen die cijfers vooral iets over Amerikaanse en Nederlandse mannen en de dominante, heteroseksuele manier van vrijen.’
‘Hoezo?’
‘Nou, wie denkt dat seks vooral een kwestie is van penetratie en de rest afdoet als ‘voorspel’, snapt niets van het vrouwelijk lichaam.’
‘Oké, maar wie denkt dat nou?’

‘Snel neuken en dan doodgaan, dat is waar mannen voor zijn geboren’

Eigenlijk suggereert het woord ‘voorspel’ al dat er daarna iets belangrijkers volgt, namelijk de penetratie. Seksuologe Ellen Laan van het Academisch Medisch Centrum heeft de indruk dat veel mensen inderdaad zo over seks denken. Dat maakt seks voor vrouwen helaas niet erg lonend: mannen komen bij 90 tot 95 procent van de vrijpartijen klaar, vrouwen in 30 tot 50 procent. ‘Ik roep al jaren dat de vagina niet zo gevoelig is omdat het in de eerste plaats een geboortekanaal is’, zegt Laan. ‘Nog altijd is dat voor veel mensen een openbaring.’
Lesbiennes snappen wél wat lekker is. Uit recent onderzoek van Laan blijkt dat ze creatiever zijn bij de seks: ze weten de clitoris vaker te vinden, strelen meer op allerlei plaatsen en komen in 80 procent van de vrijpartijen klaar. De ‘lesbische beddendood’ , seksuele doodsstilte bij de langere lesbische relaties, blijkt dan ook een fabel, gebaseerd op Amerikaans onderzoek uit 1983. Hoewel vergelijkende studies schaars zijn, suggereert onderzoek uit 2014 dat lesbiennes ongeveer even vaak vrijen als heterovrouwen en er flink meer de tijd voor nemen (gemiddeld 57 minuten in plaats van 18).

‘Ik had lesbienne moeten worden. Hoe vaak doen wij veertigers het eigenlijk?’
‘Ongeveer net zo vaak als mensen tussen de 25 en 39: een paar keer per maand, iets minder dan eens per week.’
‘Zo vaak? Zeker weten?’
‘Dat blijkt uit driejaarlijks enquêteonderzoek van Rutgers naar de seksuele gezondheid van Nederlanders. Je weet natuurlijk nooit of het klopt: mensen hebben de neiging om in te vullen wat volgens hen wenselijk is. De onderzoekers van Rutgers die ik sprak, zeiden wel dat sleur, jonge kinderen en een drukke baan niet bevorderlijk zijn voor een dampend seksleven.’
‘Aha! Net als bij monogame dieren.’
‘Zwanen, bedoel je?’
‘Zwanen, woelmuizen, jakhalzen, stokstaartjes. Voor veel diersoorten is seks na de hofmakerij en paringstijd helemaal niet zo belangrijk meer; zorgen voor het kroost komt eerst.’
‘Doen ze het dan helemaal niet meer?’
‘Nou ja, soms is seks ook onderdeel van het in stand houden van een goede relatie. Maar voor de rest… Veel dieren doen alleen aan seks als ze vruchtbaar zijn en vervolgens zijn er twee ouders nodig om de jongen groot te brengen. Bij pinguïns blijft vader in de ijzige kou en sneeuwstormen achter om het ei te bewaken onder zijn lijf, terwijl de vrouw maandenlang de hort op gaat om voedsel te verzamelen.’
‘Wat een rotleven.’
‘Ja, paarvorming ontstaat vaak uit diepe ellende. Je hebt elkaar nodig.’
‘Alles voor het kroost.’

Hanneke de Graaf van Rutgers doet al jaren onderzoek naar seksualiteit bij verschillende groepen in Nederland. Niet zozeer de leeftijd, maar het feit dat veertigers vaak kinderen hebben, drukt volgens haar een belangrijk stempel op het seksleven. ‘Het beïnvloedt de tijd die je voor elkaar hebt en zorgt geregeld voor stress in een relatie. Stellen van in de veertig zijn bovendien vaak al een tijdje bij elkaar. Bij een langdurige relatie is het lastiger om de seks levend te houden.’
Dat we dit niet terugzien in de cijfers, komt volgens Yuri Ohlrichs van de Nederlandse Vereniging voor Seksuologie deels door een taboe. ‘Met name mannen zul je zelden in de kroeg horen praten over hun minder geslaagde seksuele activiteiten. Er wordt in de media voortdurend van alles over seks geroepen. Kijk maar naar de bladen met tips voor een beter seksleven. Die tips zijn goedbedoeld, maar ook normatief. Er zijn veel mensen die gelukkig zijn met een knuffelrelatie. Het beeld van seks als uitsluitend geslachtsgemeenschap is een stereotype.’

‘Paarvorming ontstaat vaak uit diepe ellende. Je hebt elkaar nodig’

‘Een knuffelrelatie. Dat klinkt niet echt opwindend. En ergens ook heel Nederlands.’
‘Ja. Knuffelen op de bank terwijl je samen naar Mijn leven in puinof Jinek kijkt. Gatver.’
‘De hel.’
‘Maar nu hebben we het weer over heteroseksuele, witte Nederlanders, toch?’
‘Ik denk het wel, hoezo?’
‘Nou, bij homo’s en Surinamers bijvoorbeeld gaat het er toch weer anders aan toe.’
‘Doen die niet aan knuffelrelaties?’
‘Dat weet ik niet, maar uit een rapport van Rutgers blijkt wel dat Surinamers en Antillianen anders met seks omgaan dan Nederlanders. Hun seksbeleving is heel positief. Volwassen mannen en vrouwen hebben een positiever lichaamsbeeld, ze kijken vaker porno of doen aan webcamseks. Antillianen wisselen bovendien vaker van partner.’
‘Dat klinkt nogal vrolijk.’
‘Mwah, ze hebben volgens het rapport ook vaker relationele problemen. Gloria Wekker, emeritus hoogleraar gender en etniciteit bij de Universiteit van Utrecht, vertelde me dat relaties tussen Surinaamse mannen en vrouwen vaak heel kwetsbaar zijn. De man hoeft maar weinig verkeerd te doen of de vrouw wijst hem de deur. Maar het is veel normaler dan bij ons om seks te zien als iets wat mooi en prima is.’
‘Ook voor vrouwen?’
‘Ja. De rolverdeling is op dat gebied veel gelijkwaardiger dan bij ons.’
‘Minder sletvrees?’
‘Precies.’
‘Dus Surinaamse veertigers hebben vaker seks?’
‘Dat wist Wekker me helaas niet te vertellen.’
‘Jammer. En homo’s?’
‘Die gaan vaker vreemd.’

Vaak zijn er afspraken: wel onenightstands,geen langdurig geflikflooi. Wel met een vreemde, niet met iemand uit de vriendenkring. Maar over het algemeen, zegt Gert Hekma, socioloog aan de Universiteit Utrecht, zijn homo’s seksueel actiever naast hun vaste relatie dan hetero’s. ‘Binnen de homocultuur kan meer, het zijn mannen onder elkaar. Ik denk dat heterostellen ook wat vrijer zouden zijn als vrouwen wat makkelijker waren over seks.’
Volgens de socioloog hebben vrouwen sinds de jaren zestig weliswaar een inhaalslag gemaakt op het gebied van seksualiteit, maar laten zij zich nog altijd beperken door traditionele normen. ‘Ze zijn meer timide. Als een homo wordt uitgemaakt voor ‘slet’ , is dat zeker geen belediging. Voor een vrouw wel.’
Dat homoseksuele mannen minder waarde hechten aan monogamie, komt relaties volgens Hekma ten goede. ‘Er is minder jaloezie. Mensen zouden de verbinding tussen seks en liefdesrelaties moeten loskoppelen. In de hele westerse wereld is dat moeilijk, het is een groot risico voor de stabiliteit in het gezin.’

‘Maar dat geldt dus ook voor dieren.’
‘Hoezo?’
‘Sommige dieren gaan stiekem vreemd. Bepaalde vogelsoorten bijvoorbeeld. Die zijn naar buiten toe echt een paartje. Aan de buitenwereld laten ze zien: kijk, wij zijn een stel, maar ze gaan in het geniep vreemd. Als zo’n vogel daar achterkomt, is er ruzie in de tent. Bij leeuwen net zo: een leeuw die buiten zijn harem neukt, krijgt flinke problemen met zijn vrouwen. In de natuur is volgens Dagmar van der Neut alles gericht op energiebehoud, dus als het mannetje zijn energie in een vrouwtje buiten de harem investeert, is dat not done. Wist je trouwens dat je aan de grootte van de testikels kunt zien hoe monogaam een soort is?’
‘Nee!’
‘Hoe trouwer de vrouwtjes van een diersoort, des te minder de noodzaak voor spermacompetitie, hoe kleiner de edele delen van het mannetje.’
‘En wat zegt dat over ons?’
‘De mens zit met zijn zaakje tussen de gorilla en de chimpansee in. Dus wij mensenvrouwen zijn niet zo overspelig als een chimpansee…’
‘Maar ook weer niet zo trouw als een gorilla?’
‘Inderdaad.’
‘En hoe verklaar je verschillen binnen een soort dan?’
‘Kan te maken hebben met context. Volgens bioloog Menno Schilthuizen van Naturalis doen koolmezen nog een tweede leg als er voldoende voedsel is. Het mannetje zoekt daar dan vaak een jonger vrouwtje voor.’
‘Zijn wij in tijden van overvloed ook gevoeliger voor overspel?’
‘Wie weet. Misschien is het een luxeprobleem: geen zin in seks met de eigen partner en wel met de buurvrouw.’
‘Wie honger lijdt, denkt minder aan seks.’
‘We hebben het te goed.’
‘Inderdaad. Ruim een eeuw geleden was ‘geen zin’mooi meegenomen. Minder seks betekende minder kinderen, minder monden te voeden, minder armoede. Pas in de jaren zestig kwam seks los te staan van voortplanting. Het werd iets fijns om te doen.’
‘Zeker voor ons vrouwen, eindelijk bevrijd van de patriarchale moraal over seksualiteit en vrouwelijkheid.’
‘En nóg zeuren we!’

‘Misschien is het een luxeprobleem: geen zin in seks met de eigen partner en wel met de buurvrouw’

In de westerse wereld ging seksueel verlangen lange tijd gepaard met machtsverschillen. ‘De vrouw was ondergeschikt aan de man en ook een homoseksueel als Oscar Wilde deed het met arme arbeidersjongens’ , zegt socioloog Hekma. ‘Sinds de jaren zestig maken vrouwen een inhaalslag en gelijkwaardigheid is op alle gebieden de norm. Mannen worstelen daar vaak mee. Machtsgelijkheid is niet geil.’
Het gevolg: mokkende mannen en vrouwen die een softie willen in de keuken, maar een beest in bed.

‘Kiezen we voor de chimpansee in ons of het innerlijke konijn?’
‘Je bedoelt neuken met honderden mannen of een beetje beige voor je uit kijken en hopen dat je man je een keer bespringt? Hm.’
‘Of zelf je man bespringen, ja. Lastige keuze.’
‘Of lesbienne worden.’
‘Het blijft aanmodderen.’
‘Tot de dood ons scheidt en af en toe rommelen we wat aan. Zo zitten we biologisch in elkaar.’
‘Doe mij nog een wijn.’

Dit artikel schreef ik samen met wetenschapsjournalist Enith Vlooswijk. Een eerdere versie verscheen in Volkskrant Magazine (©).

Leave a Reply