Home > Zorg & samenleving > Overweldigd door het leven
Foto: Piet Hermans
Zorg & samenleving

Overweldigd door het leven

Journalist Petra Hunsche schrijft al jaren over geestelijke gezondheidszorg en thuislozen. In dit verhaal maakt ze de balans op van het huidige beleid. ‘Het is de groep die iedereen het liefst vergeet, totdat je fiets gestolen wordt of je autoruit ingetikt.’

tekst Petra Hunsche
fotografie Piet Hermans

‘Ik ben gelukkig nooit echt dakloos geweest. Maar ik heb wel een jaar en drie maanden zonder eigen huis geleefd. Van een heel mooie koopwoning in Utrecht-Leidsche Rijn zit ik nu in een aftands flatje in Overvecht, in de maatschappelijke opvang. Wat dat betreft ben ik alle schaamte voorbij; ik heb niet meer zulke hoge eisen.’ Saskia van Schaick (41) laat foto’s zien: ‘Mijn zoontjes van acht en vijf jaar, ze wonen bij hun vader.’ Haar telefoon gaat. ‘Ja, dat is goed, volgende week?’ Ze is bezig, vertelt ze, om via Jeugdzorg een omgangsregeling te treffen.
Van Schaick is vanuit een beschermde woonsituatie weer op zoek naar een eigen woning. Net als zestienduizend andere ‘herstelde’ mensen in de maatschappelijke opvang in Nederland, zo blijkt uit cijfers van de Federatie Opvang. Zij vallen onder het begrip ‘thuisloosheid’, nadat ze eerst dakloos waren of dreigden te worden. Nu zitten ze vast in de dure opvang door een gebrek aan sociale huurwoningen.

Pechmannen

De meeste mensen die, bijvoorbeeld door scheiding of baanverlies, hun huis kwijtraken vinden tijdelijk onderdak via familie en vrienden. Ze zijn een tijdje thuisloos, omdat ze geen eigen plek meer hebben. ‘Gelukkig is dat de overgrote meerderheid’, weet Juul Gemmeke van de Regenbooggroep in Amsterdam. ‘Slechts een klein percentage komt in de maatschappelijke opvang terecht.’ De Regenbooggroep helpt daarnaast zogenoemde ‘pechmannen’ die tussen wal en schip vallen. ‘Jazeker, ook pechvrouwen. Voor die hele groep hebben wij het project Onder de Pannen opgezet. Omdat ze te zelfredzaam zijn voor de maatschappelijke opvang, maar geen mogelijkheid meer hebben binnen hun eigen netwerk.’

Zelfredzaam

Uit de eerste cijfers over de pechmannen van de Regenbooggroep blijkt dat ook de zogenaamde ‘zelfredzame thuislozen’ niet altijd in staat zijn hun zaakjes snel op orde te brengen. Projectleider Gemmeke: ‘Per dag krijgen we zeker vier telefoontjes uit deze groep. Daarvan zijn er twee per maand die ook daadwerkelijk geschikt zijn om via ons een kamer te huren. Je moet wel écht zelfredzaam zijn, vervolgstappen maken, proactief zijn. En een screening laten doen aan de balie Bijzondere Doelgroepen van WPI (Werk, Participatie en Inkomen) en GGD waar ook het briefadres wordt gegeven, om te laten beoordelen of je misschien wél toegang krijgt tot de maatschappelijke opvang.’

Preventie

Over het nieuwste etiketje ‘zelfredzaam’ heerst grote maatschappelijke verontwaardiging, de media staan er bol van. Directeur Hans Wijnands van de Regenbooggroep: ‘Onder de Pannen is een preventieproject. Als je een tijdje op straat leeft, gaat het hard achteruit. Veel mensen weten het nog een tijd te redden bij familie en vrienden of ze slapen in hun auto, maar dan moet er iets gebeuren. Het grote voordeel van zo’n kamer, die je voor een jaar bij een andere Amsterdammer kunt huren, is dat je de rust krijgt om orde op zaken te stellen. Weer werk kunt zoeken, een woning, je zaken op orde kunt brengen.’
Het allerergste aan thuisloosheid vindt hij desgevraagd dat je geen eigen plek meer hebt waar je je veilig en geborgen voelt. ‘Je voelt geen rust meer.’ Sommige mensen dragen dat gevoel de rest van hun leven met zich mee, ook als ze weer een eigen woning hebben.

Couchsurfing

De Regenbooggroep ontstond in de jaren zeventig als idealistische opvang voor dolende harddrugsverslaafde (oudere) jongeren. Tegenwoordig bedient deze organisatie alle soorten dak- en thuislozen met dagbesteding en andere ‘humanitaire hulpverlening’. ‘Voor onze inloophuizen bestaat vanzelf al een gezonde drempel, je hebt geen medische indicatie nodig’, zegt Hans Wijnands. ‘Voor de maatschappelijke opvang wel. Op zich begrijpelijk, die opvang is schaars en erg duur. Er is een groot gebrek aan woningen, dus de deur helemaal openzetten kán gewoon niet, al zou iedereen het willen.’
De spaarzaam ingerichte maar effectieve inloophuizen van de Regenbooggroep bedienen een sterk wisselende groep dak- en thuisloze bezoekers. Een deel daarvan komt niet uit Amsterdam en heeft daarom ook geen toegang tot de maatschappelijke opvang, waarvoor ‘regiobinding’ vereist is. ‘Rond de inloophuizen bestaat er een heel circuit in Amsterdam waar je voor vijf euro per nacht een slaapplaats kunt huren’, zegt Wijnands. Thuisloze bezoekers kunnen bij de inloophuizen hun sociale netwerk vergroten en daardoor ook elders in de stad hun heil zoeken.
Onder de thuisloze stadsbevolking bevinden zich ook de ‘ongedocumenteerden’, meestal in een netwerk van landgenoten. En er is couchsurfing. ‘In onze inloophuizen proberen we de jongeren zo snel mogelijk op een andere plek te krijgen’, zegt Wijnands. ‘Zestien/zeventien-jarigen horen niet thuis in een inloophuis, dat vraagt om een andere investering, die moet je meer beschermen en niet het circuit van dak- en thuisloosheid intrekken.’

Klassiek verhaal

Het Utrechtse Hoog Catharijne, het grootschalige ‘winkelhart van Nederland’, wordt stevig verbouwd. Onmenselijk grote reclameborden aan de toekomstige winkelpuien schreeuwen de reizigers alvast hun boodschap toe: kopen, kopen, consumeren! Tot eind vorige eeuw, nog geen twintig jaar geleden, zwierven hier tussen de duizend en veertienhonderd alcohol- en harddrugsverslaafden rond. Zij ‘woonden’ in een tunnel onder het winkelcentrum en liepen overdag bedelend door de verwarmde winkelgangen. Reizigers voelden zich, net als destijds rond de Zeedijk in Amsterdam, vaak geïntimideerd.
Twee betonnen trappen leiden naar een platform met restaurants. Saskia van Schaick zit aan een tafeltje bij een kop koffie te bellen. Kom zitten, gebaart ze. Levendig gezicht, onderzoekende ogen, helder. Ze heeft ook iets kwetsbaars, een zweem van hulpeloosheid. De voormalige manager brengt haar leven net weer op orde. Na de geboorte van haar tweede viel ze ten prooi aan een depressie en kreeg burn-outverschijnselen, eindigend in een echtscheiding. Een klassiek verhaal.
Van Schaick had na haar vaste baan een goede ziektewetuitkering en omdat ze ook problemen ondervond met drankmisbruik liet ze zich opnemen in een detoxkliniek van Jellinek. Toen stopte de uitkeringsinstantie UWV haar ziektegeld en kon ze de huur niet meer betalen. ‘Ik heb twee dagen de stress van mijn leven gehad, want ik had zo op straat kunnen belanden’, zegt ze, nog merkbaar opgelucht.

Herstelacademie

Via een snelle vervolgopname bij Altrecht, ‘specialist in de geestelijke gezondheidszorg’, kon Van Schaick een jaar later bij Lister onderdak krijgen, de voormalige Stichting Beschermende Woonvormen Utrecht. ‘Ik zit daar nu tijdelijk en werk als vrijwilliger in de kantine bij de Herstelacademie, een fantastische plek. Door Altrecht is de juiste diagnose gesteld en er ligt een goed behandelplan. Als we daarmee zijn begonnen wil ik tegelijk de opleiding tot ervaringswerker in de zorg gaan doen. Echt iets voor mij, dat is me door de hulpverleners bij Altrecht ook continu verteld.’
Lister loopt, net als GGZ-instelling Altrecht, in Nederland voorop in de ‘kanteling van zorg’, zoals dat in beleidstermen heet. De directie omarmde in 2005 als eerste grote GGZ-instelling de herstelbeweging en richtte de hele organisatie daarop in. Maar sinds vorig jaar zijn de gemeenten verantwoordelijk geworden voor de maatschappelijke opvang, waaronder het beschermd wonen valt. De financieringsstromen veranderen, tegelijk met de inhoud van de zorg. Het ziektemodel, waarbij een psychiatrische diagnose iemand – vaak levenslang – uitschakelde, maakt plaats voor een heel ander concept, namelijk: Herstel en eigen kracht, met de inzet van opgeleide ervaringsdeskundige hulpverleners in de stadswijken. 

Lister stimuleert haar bewoners nu al zoveel mogelijk naar zelfstandig wonen, begeleid met flexibele zorg vanuit wijkteams. Niet alle bewoners van de instelling zullen die overstap kunnen maken. ‘Je kunt ze van alles aanbieden op het gebied van herstel, maar ze moeten wel scoren. Dat wordt vaak vergeten’, zegt Steven van der Meer die al sinds eind jaren negentig een deel van de Hoog Catharijne-populatie onder zijn hoede heeft. ‘Deze groep moet je niet meenemen in die herstelstroom naar een eigen woning, dan komen ze weer op straat en kunnen we opnieuw beginnen.’

Zwakke milieus

Hij herinnert zich zijn beginjaren als hulpverlener op Hoog Catharijne nog als de dag van gisteren. ‘We zaten in een omgebouwde stadsbus, waar we koffie uitdeelden en dekens, er was haast geen geld, alles wat losgeslagen was liep door elkaar heen en dat zat allemaal in die tunnel, je kunt je bijna niet meer voor de geest halen hoe naargeestig dat was… dat moeten we niet meer willen.’
De Utrechtse opvangorganisaties kregen rond 2000 de beleidsopdracht (en financiering) om al deze verslaafde mensen onder dak te brengen, om te beginnen in hostels. Steven van der Meer, inmiddels locatiehoofd, stuurt nu woonbegeleiders aan die, aldus de website van Lister, ‘in woningen van Lister 24/7 intensieve gespecialiseerde begeleiding bieden aan mensen die een WMO-beschikking hebben vanwege ernstige verslavingsproblemen veelal in combinatie met psychische aandoeningen’.
Van der Meer: ‘Het zijn en blijven zwaar verslaafde mensen, altijd onderweg om te scoren. Wij geven de ruimte om iemand toch zijn eigen leven te laten leven. En we corrigeren, dat doen we de hele dag door, mijn medewerkers doen geweldig werk met heel moeilijke cliënten. De mensen die we hier begeleiden komen uit zwakke milieus, dat is bekend, ze zijn permanent overweldigd door het leven en hebben in de basis nooit geleerd om te wonen, om bijvoorbeeld goed met hun buren om te gaan. Het is de groep die iedereen het liefst vergeet, totdat je fiets gestolen wordt of je autoruit ingetikt, dan is er wel aandacht voor. Hou ze alsjeblieft in begeleid wonen met specialistische begeleiding.’

Ervaringswerker

Van der Meer heeft weinig vertrouwen in het tempo waarin de vernieuwing van de zorg plaatsvindt. ‘In 2001 werden de eerste hostels geopend, nu worden ze alweer gesloten, straks komen er weer mensen op straat, dat kan niet’, roept hij gepassioneerd.
Jan Berndsen, van de tweekoppige directie van Lister, ziet minder reden tot bezorgdheid. ‘Ik denk dat we het hierover eens zijn, we zullen altijd woonplekken openhouden voor die groep. Maar dat is een klein deel van onze bewoners. Vroeger werd hier een hele populatie weggezet, omdat ze te ziek zouden zijn om zelfstandig te wonen. Dat is echt achterhaald.’ Volgens Berndsen wordt de huidige vernieuwing nauwkeurig gevolgd door onderzoek en bijgestuurd waar nodig. ‘En er ligt vanuit de overheid een enorme claim bij de woningcorporaties, speciaal voor onze bewoners.’

Gemotiveerd

Saskia van Schaick deelt bij Lister een tweepersoonsflat en hoopt snel een sociale huurwoning te kunnen vinden, waar ze haar dierbare designspullen weer kan neerzetten die nu in de opslag staan. ‘Ik ben heel erg gemotiveerd en hoop in de nabije toekomst al een baan te vinden als ervaringswerker bij Lister. Bij Altrecht bleek dat ik goed kan omgaan met cliënten die zwaar drugsverslaafd zijn. Hulpverleners begrijpen die mensen vaak niet. Er ontstaan soms conflicten, omdat ze nou eenmaal moeten scoren. En ik schrik niet zo snel als iemand begint te schelden of met stoelen gaat smijten.’

 

Dit verhaal verscheen eerder (februari 2018) in de straatkranten van Amsterdam en Utrecht

Leave a Reply