Home > Medische wetenschap > Rookverslaving aanpakken in het brein
Soul Thoughts Smoke Sad Light Head Face
Medische wetenschap

Rookverslaving aanpakken in het brein

Onze hersenen reageren bij iedere vorm van verslaving anders. Daarom vergt volgens neurobioloog Taco de Vries elk type verslaving een specifieke behandeling. Hij onderzoekt hoe het brein reageert op nicotine, een van de meest verslavende stoffen.

Taco de Vries omschrijft verslaving als een hersenaandoening waarbij de verslavende middelen langdurige veranderingen aanbrengen in de communicatie tussen zenuwcellen in het brein. Bij beginnend gebruik treden veranderingen op in het beloningssysteem diep in de hersenen, vertelt de hoogleraar hersenen en gedrag aan de Vrije Universiteit (VU) en het VU medisch centrum. Bij langdurig gebruik raken ook de hersengebieden die dat systeem in bedwang houden aangetast. Als onderzoeker richt De Vries zich op de prefrontale cortex. ‘Dat hersengebied speelt een belangrijke rol bij besluitvorming en impulscontrole, processen die verstoord zijn bij verslaafden. Dat maakt het voor hen zo lastig te stoppen met het gebruik van sigaretten, alcohol, drugs of gokken.’

Inhaalslag

Gemiddeld raakt 15 procent van de gebruikers van verslavende middelen verslaafd. Nicotine, een van de meest verslavende stoffen, maakt maar liefst 30 procent van de rokers afhankelijk. De Vries: ‘Het vreemde is dat we van rookverslaving nauwelijks weten welke hersenmechanismen daarbij betrokken zijn, terwijl 20 procent van de wereldbevolking daarmee kampt en er jaarlijks zes miljoen mensen overlijden aan de gevolgen van roken. Daarentegen is er al veel meer kennis over bijvoorbeeld heroïne- en cocaïneverslaving. We moeten dus een flinke inhaalslag maken. Zeker ook omdat bestaande therapieën met nicotinepleisters en medicatie slechts beperkt werken.’

Omgevingsprikkels

Brain-imagingonderzoeken hebben aangetoond dat zeer kortdurende onbewust waargenomen omgevingsprikkels die geassocieerd worden met roken – beelden van iemand die rookt, het zien van een pakje sigaretten of een glas bier – het beloningssysteem al activeren. Dat gaat zo snel dat de prefrontale cortex niet eens de tijd krijgt om dat systeem te onderdrukken. De proefpersonen snakken direct naar een sigaret. Verder is bekend dat de prefrontale cortex bij rokers in volume afneemt. De Vries onderzoekt nu wat er bij nicotineverslaving op cellulair en moleculair niveau gebeurt op het moment van terugval. Daarvoor heeft hij van ZonMw een TOP-subsidie gekregen.

 Audiovisuele prikkels

Voor deze studie, die hij samen doet met collega’s binnen het Center for Neurogenomics and Cognitive Research (CNCR) van de VU, gebruikt hij een diermodel. Een terugval in nicotineverslaving wordt nagebootst door dieren bloot te stellen aan audiovisuele prikkels die in het verleden gekoppeld waren aan een nicotineshot. Het CNCR heeft volgens De Vries een gevoelige techniek ontwikkeld om veranderingen in eiwitten te meten in synapsen – de uitstulpingen van zenuwcellen waar prikkeloverdracht plaatsvindt – en vervolgens die eiwitten te identificeren en kwantificeren.

Verschillende stoffen

‘Je ziet daar na zo’n omgevingsprikkel snelle veranderingen optreden en receptoren in en uit de synaps bewegen. Bij nicotine waren dit met name receptoren voor de remmende neurotransmitter GABA. In heroïneverslaafde ratten betrof het receptoren voor de stimulerende neurotransmitter glutamaat. In beide gevallen ging de prefrontale cortex het beloningssysteem minder goed reguleren. Je ziet dezelfde terugval, maar de veranderingen in het brein zijn dus verschillend. Dit geeft aan dat je iedere soort verslaving anders en het liefst lokaal moet behandelen.’

Bij ratten lukt het zonder medicatie het verslavingsgeheugen te doorbreken

Zover is het nog lang niet, benadrukt De Vries. Hij onderzoekt nu eerst via optogenetica welke zenuwcellen in de prefrontale cortex bij die nicotineverslaving zijn betrokken. Bij optogenetica worden lichtgevoelige eiwitten aangebracht in de te onderzoeken zenuwcellen, bijvoorbeeld de GABA-erge neuronen. Door deze eiwitten te belichten, is het mogelijk die zenuwcellen aan of uit te schakelen en hun functie bij nicotineverslaving te bestuderen. Ook deze kennis is van belang om medicatie te ontwikkelen tegen terugval, zodat de prefrontale cortex de controle terugkrijgt over het beloningssysteem.

Gedragsinterventies

Naast deze benadering gericht op een geneesmiddel, zijn De Vries en zijn collega’s ook bezig met gedragsinterventies. ‘We willen de geheugenprocessen manipuleren die de verslaving in stand houden. Dit kan door via drugsgeassocieerde prikkels eerst het verslavingsgeheugen op te roepen en snel daarna dat geheugen te wissen, zodat hernieuwde blootstelling aan dergelijke prikkels minder snel tot terugval zal leiden.’ De onderzoekers van het VUmc hebben met die onderzoeksopdracht dierproeven uitgevoerd. De aan nicotine verslaafde ratten werden blootgesteld aan omgevingsprikkels, zoals geuren en geluiden, die voorheen waren gekoppeld aan de belonende effecten van nicotine. Daarna kregen ze een werkgeheugentaak die hun prefrontale cortex sterk belastte. De Vries: ‘Hiermee lukte het ons zonder medicatie het verslavingsgeheugen te doorbreken en fors te verminderen.’

Tweesporenbeleid

Samen met de Universiteit van Amsterdam en het Academisch Medisch Centrum test De Vries deze werkgeheugeninterventie nu bij alcohol- en rookverslaafden. ‘We zijn benieuwd of deze aanpak ook bij hen effect heeft. Uiteindelijk willen we toe naar een tweesporenbeleid, waarbij we gedragstherapie combineren met gerichte medicatie. We weten dat veel psychiatrische patiënten baat hebben bij zo’n combi-behandeling. We denken dat dit ook de beste benadering is voor verslaafden.’

Dit artikel verscheen eerder in magazine Mediator van ZonMw

Auteur: John Ekkelboom

Leave a Reply